terug naar lijst
26-05-2008 IKZ stuur deze pagina door print deze pagina

Nog niet alle baarmoederhalskankers zijn preventief op te sporen

NIJMEGEN - Het bevolkingsonderzoek ter preventie van baarmoederhalskanker heeft geleid tot een succesvolle daling in het voorkomen van cervicale plaveiselcelcarcinomen. Helaas is het effect van een dergelijk screeningsprogramma voor adenocarcinomen van de baarmoederhals aanzienlijk minder. Er is zelfs sprake van een toename, vooral in de jongere leeftijdsgroep. Dat schrijft Maaike van Ham in haar proefschrift waarop ze 26 juni promoveert aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.


Het staat onomstotelijk vast dat hoog-risico HPV genotypen een causale rol spelen bij de ontwikkeling van cervixcarcinoom. HPV 16 en 18 zijn de meest voorkomende HPV genotypen die gevonden worden in baarmoederhalskanker en samen zijn zij verantwoordelijk voor 70 procent van de cervixcarcinomen.

Door het ontbreken van klinische en cytomorfologische kenmerken levert het bevolkingsonderzoek beperkt succes op bij het ontdekken van voorlopers van cervicale adenocarcinomen. Dit vraagt om onderzoek naar verschillende specifieke aspecten van het klinische gedrag van HPV 18. Dergelijk onderzoek zou wellicht kunnen bijdragen aan de kennis van de ontwikkeling van adenocarcinomen en haar voorlopers. De studies in dit proefschrift zijn hoofdzakelijk gericht op specifieke aspecten van HPV 18.

Maaike van Ham gaat in haar proefschrift in op vier vraagstellingen:

  1. Wordt de detectie van HPV beïnvloed door korte-termijn fluctuaties gedurende een menstruele cyclus?
  2. Komt HPV 18 tevoorschijn in cytologische uitstrijkjes nadat er een lisexcisie van de transformatiezone heeft plaatsgevonden?
  3. Worden er meer endocervicale cellen gevonden in uitstrijkjes die gemaakt worden met borsteltjes die dieper in het cervicale kanaal reiken? Als er meer endocervicale cellen gevonden worden is de detectie van HPV 18 dan ook hoger?
  4. Is de physical status van HPV 16 in hooggradige plaveiselcel en glandulaire afwijkingen verschillend van de physical status van HPV 18 in dergelijke cervicale afwijkingen?

Verder worden in dit proefschrift meerdere HPV-detectiemethoden onderzocht met verschillende sensitiviteit en specificiteit, afhankelijk van de drempelwaarde van de viral load/concentratie. PCR-based technieken zijn gevoeliger dan de conventionele liquid hybridization methoden.

Naast het categoriseren van HPV testen op basis van de gebruikte techniek, kan men ook nog een indeling maken op basis van hun eigenlijke doel, dat is detectie van hoog-risico HPV of genotypering van HPV. Recent is er een nieuwe PCR-based techniek op de markt gekomen die mogelijk gebruikt kan worden voor het screenen van grote populaties.

In dit proefschrift worden verder twee specifieke vragen beantwoord over twee verschillende HPV-testen:
  1. Wat is de concordantie ten aanzien van hoog-risico HPV detectie van een al langer bestaande PCR-based HPV test (SPF10-LiPA) en een nieuwe PCR-based HPV test (Roche AMPLICOR®)?
  2. Wat is de concordantie ten aanzien van HPV genotypering van een al langer bestaande PCR-based HPV test (SPF10-LiPA) en een nieuwe PCR-based HPV test (Roche Linear Array)?

De promotie van Maaike van Ham op het proefschrift ‘A study on the preferential localization of HPV 18 in the uterine cervix’ vindt plaats op 26 juni 2008 in de Academiezaal Aula, Comeniuslaan 2 in Nijmegen. Promotor is prof. dr. L.F.A.G. Massuger. De copromotors zijn dr. R.L.M. Bekkers en dr. W.J.G. Melchers.


Log in
 
Aanmelden
Wachtwoord vergeten
Uw werkgroepen
Na inloggen verschijnen hier de werkgroepen waar u lid van bent.